Omgaan met jezelf en anderen

Door op school aandacht te besteden aan wereldburgerschap, leren kinderen omgaan met zichzelf, met anderen en met de (wereldwijde) omgeving.

“Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet.” Of met andere woorden: ga met anderen om, zoals je wilt dat zij met jou omgaan. Deze gulden regel vinden we terug in alle grote wereldreligies. Het is de basis van wereldburgerschap: zorgvuldig omgaan met andere mensen, bekenden en onbekenden, dichtbij en ver weg.
Op school besteden we hieraan aandacht. Leerkrachten stimuleren kinderen bijvoorbeeld om niet alleen maar om te gaan met hun vriendjes en vriendinnetjes. Ze stellen aan de orde hoe je omgaat met kinderen die je niet zo aardig vindt en ze besteden aandacht aan kinderen op andere plaatsen in de wereld. Ieder kind is de moeite waard, ook als hij ‘anders’ of ‘vreemd’ is en ook als hij een paar duizend kilometer verderop woont. Door aandacht te besteden aan wereldburgerschap leren we kinderen elkaar te waarderen, verschillen te verkennen en te erkennen. We leren hen op te komen voor elkaar en samen te delen.